Gedichtjes tijdens het overblijven. Januari 2010
Ik sta er nooit bij stil,
Dat ik alles krijg wat ik wil.
In sommige verre landen
Moeten de kinderen sjouwen met zware manden.
Ik heb allemaal vrienden om me heen,
Daar ben je helemaal alleen!
Wij hebben wat lekkers op brood,
Maar er zijn ook kinderen in hongersnood!
Daar vrezen ze elke dag voor oorlog,
Dat kan echt niet meer, toch!?
In Nederland is er veel digitaal spul,
Een beetje is goed, maar dit is flauwekul.
Wij gaan de strijd aan, wij gaan er voor zorgen.
Dat zij, net als wij, kunnen genieten van elke morgen!
Kim 9 jaar groep 6
Lizelotje is een meisje
En die woont in een paleisje.
In een land hier ver vandaan,
Waar heel veel paleisje staan.
Heidi 10 jaar groep 6
Kon ik maar toveren
Was ik maar een tovenaar
Kon ik maar toveren
Dan toverde ik het leven niet zo zwaar
Kon ik maar toveren
Dan wist ik het wel
Dan zou iedereen het nare zijn vergeten
Al mocht ik maar voor één dag tovenaar zijn
Dan toverde ik voor iedereen het leven fijn.
Esmee Vos 10 jaar groep 6
Het schoolfestijn.
Elena was een meisje dat nooit blij was. OP haar school was het altijd saai. De kleinste lach was verboden. Ze dacht: was het maar wat leuker. Toen kreeg ze een idee. Misschien kon ze een feest organiseren. De volgende dag begon ze aan haar plan. Haar vriendin hielp haar daar bij. Ze zeiden tegen elkaar: Het moet. Ze versierden de gymzaal. De volgende dag was het zover. Het feest begon, maar toen kwam de juf. De muziek stopte. Ze zei: Wat is dit? Slingers, ballonnen en taart. Dit is niet netjes. Maakt niets uit, zeiden ze. De juf ging weg. Ze was woedend. De leerlingen hadden gewonnen. Toen was de school weer leuk. Einde
Tamaka Broos 9 jaar groep 6